Ga naar belangrijkste inhoud

Voor Diergaarde Blijdorp is natuurherstel en soortbehoud de primaire doelstelling. Vandaar de actieve deelname aan onder andere 97 internationale populatiemanagement programma's van bedreigde diersoorten. In Europa zijn dit de zogenaamde EEP-programma’s (EAZA Ex-situ Programme). Deze diersoorten worden in de Diergaarde aangegeven met het EEP-symbool. Blijdorp coördineert acht EEP’s. Te weten die van de Aziatische olifant, de rode panda, het kuifhert, de Rüppellsgier, de Kroeskoppelikaan, de Aziatische leeuw, de vleet en de Egyptische landschildpad.

Blijdorp streeft ernaar om binnen de grenzen van haar mogelijkheden, bedreigde dieren ooit weer naar hun oorspronkelijke leefmilieu terug te brengen. Enkele succesvolle voorbeelden van dergelijke ‘reïntroductieprojecten’ zijn o.a. Arabisch oryxen, Europese wilde katten, zwarte neushoorns en de rode panda. De laatste is in samenwerking met Diergaarde Blijdorp gedaan.

Er worden jaarlijks honderden dieren geboren in Blijdorp. Dat komt het welzijn van onze dieren ten goede. Maar wat gebeurt er eigenlijk met deze dieren als ze volwassen zijn?

Zz4Qr68jQArT1FjI

De meeste dieren zullen in de natuur hun ouders verlaten als ze geslachtsrijp zijn. Dat geldt voor dieren die alleen leven, de zogenaamde solitaire dieren, maar ook voor sociale dieren die in groepsverband leven. Voor dieren die in groepsverband leven gaat dit vaak om de mannelijke dieren. Deze dynamiek geldt niet alleen voor de situatie in de natuur, maar ook voor die in de dierentuin. Individuen die niet in de groep waarin ze geboren zijn kunnen blijven, moeten Blijdorp verlaten. Dit om conflicten te voorkomen.

In dit soort gevallen zoeken we in overleg met het populatiemanagement programma een andere dierentuin binnen de Europese brancheverenging (EAZA) die ze kan ontvangen. Mocht in de tussentijd het dier niet meer binnen de groep gehuisvest kunnen worden, dan hebben we achter de schermen speciale verblijven waar we het dier tijdelijk kunnen huisvesten.

Z26BxJbqstJ982hQ

De overgrote meerderheid van de dieren die we moeten uitplaatsen, verhuist naar een andere dierentuin. Het is de taak van de verantwoordelijke EEP-coördinator om een geschikte plek te vinden binnen het populatiemanagement programma. Zo bepaalt Blijdorp bijvoorbeeld voor de Aziatische olifanten waar welke dieren naartoe gaan. Terwijl een andere dierentuin dat weer voor de gorilla’s doet.

Dit soort verhuizingen vindt altijd met gesloten beurs plaats. Er wordt dus niet betaald voor de dieren. De ontvangende partij neemt de kosten voor het transport voor zijn rekening. Voor dieren die niet onder een EEP vallen, zijn de dierentuinen zelf verantwoordelijk om onderling een goede oplossing te vinden.

Gelada

Doordat dierentuinen steeds beter fokken, lopen meer en meer populatiemanagement programma’s tegen hun grenzen op qua capaciteit. Geboortebeperking zou dan een oplossing kunnen zijn, maar dit levert op lange termijn vaak gezondheidsproblemen op. Terwijl sterilisatie soms onomkeerbaar is. Ook kunnen dieren volledig onvruchtbaar raken als ze te lang geen jong hebben gehad. Het risico van massale geboortebeperking is dus dat op een bepaald punt de volledige populatie in elkaar stort, vanwege een te laag aantal dieren dat zich kan voortplanten. Voornamelijk bij populaties van bedreigde diersoorten is dat iets wat we ten zeerste willen voorkomen. Zeker nu we zien dat het aantal herintroductieprojecten vanuit dierentuinen met het jaar toeneemt. Binnen de populatiemanagement programma’s is het dus continu een zoektocht naar de juiste balans tussen niet teveel dieren geboren laten worden en te weinig jonge aanwas.

Daarnaast vinden wij alle gedragingen die onderdeel zijn van het voorplantingsproces een essentieel onderdeel van het natuurlijke gedrag van de dieren die we houden. Zowel op individueel niveau als op groepsniveau. Te lang niet voortplanten kan nadelig zijn voor het welzijn van een individu of de groep. Daarom zijn wij als Diergaarde Blijdorp van mening dat ieder dier een bepaalde mate van voortplanting moet kunnen meemaken gedurende zijn of haar leven.

aJ2N6aTt2nPbaTsd

In sommige gevallen kunnen mannelijke dieren waarvoor geen plek is in een fokgroep bij elkaar geplaatst worden. Ze vormen dan zogenaamde mannengroepen. Bij bepaalde  diersoorten is dit iets dat ook in de natuur wordt waargenomen. Immers is er in de natuur ook niet voor elk mannelijk dier een fokgroep beschikbaar. Dat is echter niet met alle diersoorten mogelijk. Mannelijke antilopen bijvoorbeeld zullen elkaar de tent uitvechten.

Aziatische_leeuwen_eten

Zodoende gebeurt het dat af en toe een dier moet worden gedood. Gelukkig komt dit maar heel weinig voor, en nooít voordat we alle andere alternatieven hebben onderzocht. Daar is zelfs een officieel protocol voor en het is één van de tools die we als EAZA-dierentuinen hebben opgenomen in onze toolbox voor het coördineren van onze populatiemanagement programma’s.

Gedode dieren proberen we zoveel mogelijk te voeren aan onze roofdieren. Voor bijvoorbeeld leeuwen en tijgers is dit kwalitatief het beste voer dat we ze kunnen geven. Zo vinden gedode dieren toch nog een nuttig einde en dragen we bij aan een bepaalde mate van circulariteit